Big Data, Optimalisatie, Relevantie

It’s the data, stupid

Een aantal weken geleden namen ING en Rabobank een verkeerde stap in de juiste richting. We zagen kort de worsteling van veel bedrijven die ‘zitten’ op hun klantdata. Een potentieel machtige bron van inkomsten met een uitdagende hamvraag: hoe kunnen we met die data geld verdienen? Dat terwijl de vraag zou moeten zijn: hoe kunnen relevant worden en blijven?

De financials staan daarin niet alleen. Ook telco’s, energiemaatschappijen en supermarkten zitten op een berg aan waardevolle data. En de meest voor de hand liggende oplossing is om geld te verdienen door die data ter beschikking te stellen aan derden.
Klanten blijken echter gehecht te zijn aan hun privacy. De ophef rondom ING was daarom te verwachten. Albert Heijn heeft dit proefballonetje immers ook wel eens onsuccesvol opgelaten.

In de VS is de consument al veel meer gewend aan het idee dat eigen gegevens door een bank of telco worden doorverkocht. De vraag is echter wat een consument daar voor terug krijgt. Dat kan liggen in betere service of lagere prijzen. In de VS bieden veel bedrijven API’s om de consument zelf toegang te geven tot haar eigen gegevens. Zo is het voor een consument veel gemakkelijker om eigen gegevens beschikbaar te stellen aan andere partijen. Daarom springen daar startups die zich specialiseren in inzicht-verschaffende dashboards voor consumenten als paddestoelen uit de grond.

“Corporates die hun waardeketen niet goed in de gaten houden lopen grote kans om voorbij te worden gelopen door disruptive competitors”

Veel startups bieden producten en diensten die oorspronkelijk het domein waren van banken en telco’s. We kunnen vandaag de dag betalingen verrichten zonder dat we daarbij een bank nodig hebben. We bellen en SMS’en zonder dat we een mobiel abonnement hoeven te hebben. En we kunnen bijdragen aan het succes van een nieuw bedrijf door middel van crowdfunding. Bedrijven zelf ontwikkelen steeds vaker nieuwe producten buiten het eigen domein. Zo vist men steeds meer in elkaars vijver. Corporates die daarbij hun waardeketen niet goed in de gaten houden lopen grote kans om voorbij te worden gelopen door disruptive competitors.

De toegevoegde waarde van nieuwe diensten zou veel groter kunnen zijn als men die gekoesterde kantdata eens goed zou analyseren. Optimale relevantie ontstaat als een product optimaal op een individuele klant is afgestemd. Bedrijven moeten nieuwe initiatieven ontwikkelen die zich bewust zijn van elkaar en elkaar versterken. Zo ontstaat er synergie en werkelijk toegevoegde waarde voor een consument.

Hiervoor moet een organisatie vaak drastisch veranderen. Men is nu gewend om in silo’s producten te ontwikkelen en die manier van werken gaat niet meer op. Corporates moeten zich meer als startups gaan gedragen. De organisatie wordt dan een systeem van initiatieven die elk een grote mate van vrijheid kennen, maar wel centraal gecoördineerd worden.

ING had beter kunnen beginnen met de data van hun klanten te gebruiken voor het verbeteren van hun diensten. Met de data had ze die veel relevanter kunnen maken. Vervolgens zou men zich zo moeten organiseren dat producten en diensten niet onafhankelijk van elkaar worden ontwikkeld maar ze die ontwikkelen in een vast eco-systeem, gericht op het creëren van ultieme gebruikerservaring. Bedrijven die dat voor elkaar krijgen en zich meer gaan gedragen als een disruptive startup, zijn de absolute winnaars van morgen.

Standaard
Big Data, Event verslag, Privacy

De Correspondent over macht en data

Stel, u gaat volgende week op vakantie. Met het vliegtuig. U bent 3 uur van te voren op Schiphol omdat er lange rij dreigt bij de douane. Daarna moet u uw tassen laten scannen, waar u uw flesje met contactlenzenvloeistof moet weggooien – dat gaat zo maar niet meneertje – uw schoenen moet uittrekken, uw riem af moet doen en uw horloge in het bakje moet leggen, samen met uw telefoon. Voordat u het vliegtuig ingaat moet u nog een gesprekje voeren met een lompe beer over wat u te zoeken hebt op uw vakantiebestemming. Uw gegevens uit uw paspoort, inclusief vingerafdruk, worden alvast vooruit gestuurd.

Tenminste, dit denk u. Gesteld nou dat Schiphol heeft geluisterd naar de 3 sprekers op de ‘Correspondent’-avond op 4 Maart in Utrecht. U komt op Schiphol en alle douane is weg. U vraagt bevreemd aan een medewerker waar ze zijn gebleven en u krijgt te horen dat ‘we daar niet meer aan doen’. Geen controle, geen gegevens vastleggen en overdragen, geen gesprekjes. Wie het eerste in het vliegtuig is. En ja, er zal er wel eens één naar beneden sodemieteren vanwege een boze Arabier of Vegetarier, maar dat nemen we maar op de koop toe.

Voelt vreemd nietwaar? Toch was dit de strekking gisteravond bij ‘de Correspondent’. Bedrijven en overheden hebben een enorme data-honger. Ze verzamelen alles over ons, zonder goed te weten wat ze met die gegevens moeten. Het idee dat wij massaal privacy inleveren om er vervolgens veiligheid of gezondheid voor terug te krijgen is onzin. Dat punt zullen we nooit bereiken. Dus misschien moesten we wat minder hongerig zijn.

“We moeten maar op de koop toenemen dat er af en toe iets misgaat. Dat hoort bij het leven”

Data wordt gebruikt om projecties in de toekomst te maken. Bedrijven proberen in te schatten of je een potentiële klant bent, verzekeraars willen graag weten hoeveel je gaat kosten. Politie gebruikt op dit moment actief systemen die burgers indeelt in risicogroepen. Heb je nog niets op je kerfstok, maar is het waarschijnlijk dat je je ooit zult misdragen, dan komt de politie wat vaker langs je huis gereden. En niemand die je dat verteld. Dat riekt toch wat naar discriminatie.

Justine Pardoel, de tweede spreker van de avond nam het electronisch kind dossier op de korrel. We laten van alles over onze kinderen en onze gezinnen vastleggen, omdat zorgverleners en hun periferie dat interessant vinden. We leveren privacy in voor een goed doel zo lijkt het: we voorkomen dat er een kind misbruikt of mishandeld wordt. Of erger. Maar dat voorkomen we er dus niet mee.

De pleidooien waren helder. Mensen die zeggen dat ze privacy graag inleveren omdat ze toch niets te verbergen hebben, zouden wat verder moeten denken. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat mensen het gewoonweg niet voelen, dat gevaar. Een collega van mij zei het treffend: “Ik werk in de internet branche en als iemand het zou moeten voelen, dan ben ik dat. Maar ik voel het niet.” We krijgen in ruil voor onze gegevens ook prachtige gratis producten zoals Gmail, Facebook en Whatsapp. Daar hebben we wel een pondje privacy voor over.

We gaan de komende jaren daar wel wat veranderingen in zien. Jaap Henk Hoekman sprak over ‘Privacy by Design’. Nieuwe applicaties en websites kunnen dezelfde functionaliteiten bieden, maar met veel meer oog voor onze privacy. Daarnaast zien we veel initiatieven waarbij mensen zelf de baas worden over hun gegevens. Dat ze die zelf gaan verhandelen met bijvoorbeeld Unilever. Het zijn tenslotte mijn gegevens, dus zou ik er ook het geld voor moeten zien (Zie bijvoorbeeld Handshake). Daarbij blijft natuurlijk het probleem dat consumenten vanaf daar niet meer kunnen overzien wat er verder mee gebeurd.

We staan aan de start van een data explosie. Als we nu alle data die we op het web hebben geproduceerd op a4-tjes zouden schrijven, dan zouden we een stapel naar Pluto kunnen leggen. En weer terug. En dat 30 keer. Maar dat is nog niets bij wat er de komende 10 jaar gaat gebeuren. Auto’s worden ‘connected’ en gaan met ons en met elkaar communiceren. Daar zullen verzekeraars en hulpdiensten natuurlijk op inspelen. Mijn huis is straks ‘verbonden’; nu al kan ik mijn verwarming op afstand bijstellen en uitlezen. Maar straks ook mijn verlichting, etc, etc. Dus als we nu al veel van onszelf laten lekken, dan wordt dat nog vele malen erger. Wellicht een goed idee om hier actief voorlichting in te geven.

De laatste opmerking uit het publiek gaf stof tot nadenken. Wellicht is er straks by default helemaal geen privacy meer. Mogen overheden en bedrijven alles van ons zien en weten. Maar – leven de marktwerking – we kunnen het dan natuurlijk wel gewoon kopen.

Beluister ook het verslag van de avond bij de eventcrashers. Met kritische inbreng van Peet Sneekes en Wybe Weysters.

Standaard
Big Data

YouTube als databron voor de wetenschap | #eday2013

Een jaar geleden in New York kocht ik in de Apple store met veel verwachtingen de UP van Jawbone. Een hip armbandje die je beweging bijhoudt, je slaap analyseert en je wakker kan maken op het juiste tijdstip om zo fit mogelijk aan de dag te beginnen. Fantastisch. Ik draag hem alleen niet meer. Zoveel gedoe.

IT’S THE DATA STUPID
Als Creative Consultant heb ik veel nagedacht wat de mogelijkheden van de UP dan wél moeten zijn. Of wat app makers zouden moeten creëren zodat ik het meer ga gebruiken. Totdat Aza Reskin van Jawbone mij dat eens haarfijn uitlegde. Al zei hij het niet zo letterlijk: het gaat om de *data*.

Moet u niet naar bed?
Al die honderdduizenden mensen die met de UP rondlopen, sturen eens in de paar dagen alle informatie uit de armband naar de Jawbone app. Daarmee ontvangt Jawbone elke dag een onwaarschijnlijke hoeveelheid informatie over hoelang mensen slapen, wanneer ze naar bed gaan, hoeveel ze bewegen en wat ze eten. Op dit moment kunnen wetenschappers, medisch en non-medisch, hun hart er aan ophalen.

Aza Raskin Jawbone

YouTube als databron voor de medische wetenschap
Reskin had een anekdote over hoe moeilijk het is voor onderzoekers om bijvoorbeeld de invloed van bepaalde drugs op mensen te testen vanwege alle veiligheidseisen en protocollen. Maar op YouTube worden er dagelijks tienduizenden video’s geüpload waarin pubers de meest dubieuze zaken tot zich nemen. Ook daar is veel van te leren en het bespaard bovendien op een duur lab. Het zou goed zijn om eens stil te staan bij alle data die we tot onze beschikking hebben. En dan bedoel ik niet de geijkte loyalty kaarten, maar vrij vergaarbare data zoals YouTube. Wellicht biedt het u meer inzichten over uw klanten dan u op voorhand zou denken…

KomUP
Ik ga vanavond naar huis en ik ga mijn UP maar weer eens opladen. Draag ik tenminste nog iets bij aan de wetenschap.

Standaard